Kunstenaars en Aduard

 

Kunstenaars hebben Aduard altijd weten te vinden. Ze hebben getekend en geschilderd in het dorp zelf, of op plekjes als Fransum, Steentil en Oostum. De bekendsten zijn de leden van de Groninger Ploeg en Anco Wigboldus uit Zuidhorn. De meest vermaarde is toch Jan van Scorel, die in het eerste helft van de 16e eeuw opdrachten kreeg van de abt van Aduard. Het lijkt waarschijnlijk dat Van Scorel in Aduard is geweest om de ruimten te bekijken waarvoor hij iets leveren moest en dan met name de grote kloosterkerk. Hiervoor maakte hij een groot drieluik, dat helaas verloren is gegaan.

 

Heemkakel, mei 2006

Zelfs Jan van Scorel dankt zijn brood aan Aduard

Het klinkt onwaarschijnlijk, maar er is een grote kans dat de Hollandse meester Jan van Scorel (1495-1562) ooit voetafdrukken in Aduard achtergelaten heeft.

In haar ruim vierhonderjarig bestaan heeft het klooster Aduard over grote hoeveelheden geld beschikt. Natuurlijk waren er tijden waarin de monniken ‘wei moesten drinken in plaats van melk’ zoals de kroniek ons bericht, maar over de gehele linie was de liquiditeit behoorlijk. In diezelfde kroniek vinden we terloopse opmerkingen over de bouw en restauratie van gebouwen en zalen en de aanschaf van zilveren schalen en beelden in koper, steen en marmer etc. Ook worden er regelmatig schilderijen aangekocht ter verfraaiing van de interieurs. Er is sprake van schilderijen met diverse onderwerpen voor het Scheerhuis, het Zomerhuis van de abt, de Kapittelzaal, de Kloosterzaal, de Kamer van de abt, het Abtshuis en de Zwarte Kamer. In de vleeseetzaal komen taferelen te hangen met voorstellingen uit het Oude en Nieuwe Testament. Al met al een aardige verzameling kunstvoorwerpen, waaraan Van Glerum vandaag de dag nog wel een leuk prijskaartje zou weten te hangen. En misschien is het maar een fractie van het werkelijke kunstbezit van het klooster, want de kroniekschrijver vertelt niet alles. Wat hij in elk niet heeft medegedeeld, is dat Jan van Scorel ook schilderijen voor het klooster heeft gemaakt. Deze informatie is te vinden in het schilderboek dat Karel van Mander in 1601 samenstelde. Hij schrijft dat Jan van Scorel ‘een drieluik maakte van het Laatste Avondmaal met taferelen van het leven en het hiernamaals voor het klooster Groot Aduard in Friesland’. In de uitgave van de kroniek van Aduard van H. Brugmans van 1902 maakt laatstgenoemde schrijver de opmerking dat twee andere schilderijen van Van Scorel, het bezoek van de koningin van Scheba en David en Bathseba, ook uit het klooster van Aduard komen. Ze bevonden zich in het Provinciehuis van Groningen en zijn in 1879 overgebracht naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Volgens M. Feith, die destijds de rijksarchivaris in Groningen was, zijn beide schilderijen uit Aduard gehaald.

Een conservatrice van het Centraal Museum in Utrecht vertelde mij dat Van Scorel eerst een werktekening van het altaarstuk heeft gemaakt. Die tekening is bewaard gebleven en bevindt zich in een kunstverzameling in München. In het rijksmuseum in Amsterdam hangen de andere twee Het bezoek van de koningin van Scheba en David en Bathseba. Heel aardig van de provincie om onze kunstwerken uit te lenen aan de randstad, maar het lijkt me nu tijd om ze terug te vragen. We zullen er alvast een plek voor reserveren in het educatief historisch centrum.

Jakob Loer

 

[Abt Lambertus (1526-1528) vernieuwde het deel van het klooster waar zich het scheerhuis bevindt; hij verfraaide het van binnen met schilderingen met diverse thema’s…

Abt Johannes Recamp (1528-1549) bouwde in de abtstuin een zomerprieel dat niet onderdeed voor een huis; de wanden werden versierd met prachtige beschilderde panelen. De eetzaal waar onze monniken vlees nuttigen, liet hij vernieuwen, waarbij op panelen geschilderde taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament aan de wanden werden gehangen. Hij vernieuwde bovendien de grote zaal van het abtshuis en het slaapvertrek van de abt van onder tot boven met aanwending van smaakvolle panelen.] J. van Moolenbroek e.a. De abtenkroniek van Aduard, Hilversum 2010.