klooster

 

 

Onderaardse gangen. In 1973 werd de riolering in de hoofdstraat van Aduard vervangen. Tijdens deze werkzaamheden stuitte men op gangen die deel uitmaken van het middeleeuwse rioleringsstelsel van de abdij van Aduard. Het is een netwerk van gangen die met elkaar in verbinding staan, maar waarvan tot dusver slechts enkele delen zijn ontdekt (zie ook Watermanagement in Aduard en hoofdpagina ‘films > klooster’). De grootste gang ligt naast het pand Burg. Seinenstraat 52. Hier zijn brandweerlieden van de stad Groningen de gang ingegaan om te kijken waar deze naartoe zou leiden. Helaas bleek de gang na 20 meter geblokkeerd door een regenput. In de volksmond worden deze rioleringskanalen ‘onderaardse gangen’ genoemd en het verhaal gaat dat de monniken in tijden van oorlog onder de grond naar Groningen konden vluchten.

Opgravingen. De afbeeldingen van de opgravingen zijn afkomstig van de Rijksuniversiteit Groningen en zijn gemaakt door A.E. van Giffen in voornamelijk de periode 1939-1941. In een drie jaar durende opgravingscampagne heeft Van Giffen belangrijke delen van de grote kloosterkerk van Aduard blootgelegd. De Historische Vereniging Aduard heeft het opgravingsverslag van Praamstra & Boersma uit 1977, dat oorspronkelijk in het Duits is geschreven, laten vertalen: Het opgravingsverslag van Praamstra & Boersma.

Reconstructie. Dankzij de inspanningen van Van Giffen werd het mogelijk het centrum van het klooster te reconstrueren en ook een isometrische tekening te maken van de kloosterkerk. Tevens werd de omvang van het kloosterterrein duidelijk door onderzoek naar de ringgracht. Verschillende architecten en kunstenaars hebben op basis van deze reconstructies 3D-tekeningen gemaakt en ook maquettes. Het laatste fenomeen op dit gebied is de 3D-app. Deze is te downloaden via de website van het kloostermuseum: www.kloostermuseumaduard.nl.

Ziekenzaal. Het klooster is geleidelijk aan afgebroken in de periode 1580-1620. Alleen de ziekenzaal van de koormonniken heeft men laten staan en ingericht als protestantse kerk. In 1595 werd de eerste predikant benoemd. Inmiddels hadden verschillende mensen zich op het kloosterterrein gevestigd, langs het binnenliep (nu Hofstraat), waarschijnlijk omdat er geld te verdienen viel met de afbraak van de talloze kloostergebouwen. Aan het begin van de 18e eeuw werd de ziekenzaal verbouwd tot kerk door de toenmalige landjonker Evert Joost Lewe van Aduard. Tussen 1917 en 1928 is het gebouw, dat inmiddels ‘abdijkerk’ werd genoemd, teruggerestaureerd naar ziekenzaal.

Bijzondere vondsten. Het klooster is opgebouwd geweest uit miljoenen bakstenen, die kloostermoppen worden genoemd. De techniek van het bakken van stenen is door de Cistercienzer monniken naar Nederland gebracht. Ze produceerden in de zogenaamde tichelwerken allerlei soorten bakstenen, vloertegels, wandletters, beelden, etc. De Aduarder bodem heeft in de loop der jaren al heel veel prijsgegeven. Hieronder een selectie van de meest bijzondere vondsten, die nu in het kloostermuseum liggen.

Emanuel van Cremona. De Italiaanse bisschop Emanuel van Cremona reisde in 1295 van Rome naar Aduard. Hier verbleef hij tot aan zijn dood in 1298. In 1297 wijdde hij de nieuwe ziekenzaal in, de huidige abdijkerk. Het jaar daarop stierf hij, waarschijnlijk in dezelfde ziekenzaal, en werd begraven voor het hoogaltaar in de kloosterkerk. In 1940 werden zijn stoffelijk resten opgegraven door Van Giffen en later overgebracht naar het klooster Sion bij Diepenveen. In 1998 is Emanuel teruggebracht naar Aduard. Zie hoofdpagina ‘films > klooster’ en het leven van Emanuel beschreven door een monnik van het klooster Sion: Brochure Emanuel

Kroniek. De bibliotheek van de abdij is, op een paar manuscripten na, volledig verloren gegaan. De teksten die overgeleverd zijn, zijn waarschijnlijk voor de teloorgang uit het klooster meegenomen naar elders. Het gaat hier om een aantal boeken in de Johannes a Lasco-bibliotheek in Emden, een paar in België en twee manuscripten van de abtenkroniek van Aduard. Een daarvan bevindt zich in Berlijn, de andere in Groningen. De abtenkroniek is rond 1500 samengesteld en afgeschreven. Per abt wordt verteld wat hij voor het klooster betekent heeft. De eerste vertaling in het Nederlands is gepubliceerd in 1724 door H. van Rhijn. In 2010 verscheen een moderne Nederlandse vertaling in ‘De abtenkroniek van Aduard’.